Identiteit

Een levend systeem heeft een identiteit, met een grens tussen binnen en buiten. Die grens zorgt voor een stabiele binnenwereld waarin de interactiepatronen hun werk kunnen doen. 

Die grens is wel doorlaatbaar voor voeding, energie, en stoffen die het organisme produceert, waardoor deze zijn functie in een groter geheel kan vervullen.  

Een levensvatbaar en gezond netwerk van mensen heeft een buitengrens. Die is nodig voor voldoende stabiliteit binnen de identiteit van het netwerk. Maar ook als individu heb je een grens waarbinnen je je veilig voelt en waar niemand anders iets te zoeken heeft.

Gevolg: Maak helder wat mensen in het netwerk samen brengt, en zorg voor voldoende veiligheid waarin vitale ruimte kan groeien. Samenwerken vraagt altijd dat je een stukje autonomie opgeeft. Op het randje van wel of niet loslaten van eigen bescherming vindt de dynamiek van een netwerk plaats.

Meer hierover vind je in de Coherentiecirkel.