Hoe voed je de energie tussen actoren in het netwerk?
- Voedende patronen
In voedende patronen versterken de acties in het netwerk elkaar: doordat er verbinding is hebben mensen er zin in om zich in te zetten en op elkaar af te stemmen. Daardoor wordt de opbrengst van het netwerk hoger, waardoor mensen er nog meer energie van krijgen en meer bereid zijn tot inzet en afstemming.
- Ruil
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Eigen positie (IK)
Dat wat verbindt (overeenkomsten)Als de balans tussen geven en nemen positief lijkt, dan voedt dit de vitale ruimte.
Mensen zijn bezig met vragen zoals:- “Wat heb ik aan dit netwerk?”
- “Kan het wat worden met deze mensen en in deze structuur?”
- “Is het mij de inspanning en het risico waard?”
- Hoe herken je het?
Mensen zoeken meestal op een indirecte manier naar het antwoord op dit soort vragen.
- Vriendelijk en belangstellend zijn, niet confronteren. (“Als ik vriendelijk doe naar jou, vind je mij dan ook aardig?”)
- Laten zien wat je weet, kunt, ervaren hebt. (“Ja, daar weet ik ook wat van.” “Daar heb ik ook een mening over.”: stapelgesprek).
- Afwachtend zijn, kat uit de boom kijken. Wachten op aanwijzingen dat het wat kan worden.
- Voedende interventie
Stimuleer dat iedereen antwoorden krijgt op de vragen die onder de oppervlakte spelen.
- Wat wil iedereen afzonderlijk?
- Hoe sterk is de ambitie die men met elkaar deelt?
- Welke ervaringen vindt men belangrijk om met elkaar te delen?
- Welke risico’s ziet men voor de eigen inzet?
- Welke winst is te verwachten van deelname aan dit netwerk?
- Uitdaging
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Eigen positie (IK)
Dat wat onderscheidt (verschillen)Mensen dagen elkaar uit om hun beste kwaliteiten te laten zien en te ontwikkelen. Het stimuleert optimale specialisatie en taakverdeling.
- “Krijg ik de positie in dit netwerk die ik wil, verdien, nodig heb?”.
- “Kan ik de anderen echt vertrouwen, menen ze, kunnen ze en doen ze wat ze zeggen?”.
- “Kunnen we het ook oneens zijn met elkaar, zonder dat er iets stuk gaat?”
Als de antwoorden op dit soort vragen positief zijn, dan voedt competitie de vitale ruimte.
- Hoe herken je het?
Mensen zoeken meestal op een indirecte manier naar antwoorden op dit soort vragen.
- Mensen uiten hun twijfels bij opvattingen van anderen.
- Er komen uiteenlopende opinies of oplossingen op tafel.
- Er is weinig aandacht voor de achtergrond van de opvattingen van anderen.
- Het ene voorstel wordt boven op het andere gestapeld, zonder dat er besluiten worden genomen.
- Er ontstaan kleine irritaties.
- Het kan ook een bewust spel zijn.
- Voedende interventie
Zorg dat iedereen aan bod komt, wordt gehoord, en zijn/haar kwaliteit kan laten zien.
Voorkom dat iemand domineert of uit de boot valt.
Probeer niet te vroeg om consensus te bereiken. Laat zien dat er verschillen mogen zijn. Zet oordelen om in nieuwsgierigheid. Verschillen zijn interessant.
Bedenk dat, wanneer dit patroon domineert, mensen bezig zijn om hun positie ten opzichte van elkaar te bepalen, en dat de inhoud van de argumenten daarbij op de tweede plaats komt.
- Structuur
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Groepsbelang (WIJ)
Dat wat onderscheidt (verschillen)Als de structuur duidelijk en geaccepteerd is, dan kan specialisatie en taakverdeling tot meerwaarde van de samenwerking leiden.
- “Wie is waarvoor verantwoordelijk?”.
- “Welke taken moeten er worden uitgevoerd, en hoe?”.
- “Wat zijn de (geschreven en ongeschreven) regels voor de omgang met elkaar?”.
- “Wat gebeurt er als iemand zich niet aan de regels en afspraken houdt?”.
- Hoe herken je het?
De communicatie gaat vooral over hoe er wordt samengewerkt. Programma’s, tijdschema’s, wie doet wat, met wie, hoe en wanneer. Voortgang, aanpassingen en verantwoording.
- Voedende interventie
Je kunt zelf structuur aanbrengen, en duidelijkheid scheppen voor iedereen.
Je kunt ook stimuleren dat anderen dat doen, en in de gaten houden of de gewenste duidelijkheid ontstaat.
Mensen eraan herinneren dat er afspraken zijn, wanneer zij zich daar niet aan houden: dit hoort ook bij warme interventies in dit patroon.
- Dialoog
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Groepsbelang (WIJ)
Dat wat verbindt (overeenkomsten)In dialoog is er oprechte belangstelling voor elkaar, en tellen hiërarchische verschillen minder zwaar. In dit patroon is ruimte voor co-creatie.
- Wat kan ik van jou leren?
- Wat kunnen we samen verkennen en uitproberen?
- Waar komen we samen op uit?
- Hoe herken je het?
Er is ruimte en belangstelling voor elkaar. Anders dan bij een stapelgesprek (zie RUIL) vragen mensen door naar wat nieuw en van waarde is voor het geheel. Er ontstaan nieuwe inzichten en perspectieven.
- Warme interventie
Geef zelf het goede voorbeeld door aandacht aan anderen te geven, echt nieuwsgierig te zijn, en te zoeken naar hoe mensen elkaar aanvullen.
Bedenk dat, zolang patronen in de andere drie kwadranten nog aandacht vragen, de kans op echte dialoog klein is. Zorg eerst voor de duidelijkheid en de rust die daarvoor nodig zijn.
- Beschermende patronen
Mensen kiezen voor zelfbescherming. De interactie in het netwerk is voor hen niet veilig genoeg of levert naar hun inschatting te weinig op.
Zelfbescherming is nodig. Die geef je alleen voor een stukje op als het netwerk iets te bieden heeft wat die bescherming minder nodig maakt.
Beschermende patronen voeden de vitale ruimte niet. De energie lekt weg.
Beschermend gedrag van de een lokt soort gelijk van anderen uit. Daardoor kunnen dit soort patronen escaleren.
- Vluchten
Mensen doen niet (meer) mee.
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Eigen positie (IK)
Dat wat verbindt (overeenkomsten) - Hoe herken je het?
Mensen verminderen hun inzet. Ze stappen er uit. Of ze stappen er helemaal niet in. Ze denken beter af te zijn op zichzelf.
Daar kunnen zij gelijk in hebben. Maar als jij het netwerk van belang vindt en hen er graag bij wilt hebben, dan zie jij hen vluchten.
Mensen blijven aan de zijlijn staan.
De communicatie is vrijblijvend.
De inzet vermindert. Het is steeds moeilijker om data te vinden en afspraken te maken.
Het kost steeds meer energie om mensen aan hun afspraken te houden.
- Behoefte
Inspiratie
Mensen in dit patroon hebben behoefte aan inspiratie. Nieuwe inzichten waardoor de overtuiging groeit dat inzet voor dit netwerk voor hen voldoende oplevert, en dat de risico’s te overzien zijn. - Warme interventie
Inspirator
Als inspirator laat je zien wat het netwerk voor hen kan betekenen. En hoe hun eigen ambities in dit netwerk tot hun recht kunnen komen.Je zendt niet alleen: je luistert ook goed om de ambities van anderen boven water te krijgen en te verbinden.
- Vechten
Mensen willen winnen.
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Eigen positie (IK)
Dat wat onderscheidt (verschillen) - Hoe herken je het?
Ze betwisten de positie die anderen innemen in het netwerk.
Ze verzetten zich tegen anderen met gezag.
Ze ondermijnen het vertrouwen in anderen
Ze staan niet open voor andere meningen en inzichten. Ze hebben geen ruimte om te onderzoeken.
- Behoefte
Erkenning
Pas als anderen begrip tonen voor dat waar zij voor vechten, dan ontstaat ruimte om ook naar anderen te luisteren. - Warme interventie
Bemiddelaar
Als bemiddelaar heb je de ruimte en de positie om aandacht aan elk van de strijdende partijen te geven.Daarna onderzoek je met hen naar mogelijke compromissen die recht doen aan de diverse ambities, en uitzicht geven op samenwerking die meer oplevert dan wanneer één partij zijn zin zou krijgen.
- Bevriezen
Mensen durven niet te bewegen.
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Groepsbelang (WIJ)
Dat wat onderscheidt (verschillen)Mensen voelen zich klem zitten. Dit gebeurt als een onderliggende partij last heeft van een structuur die door een bovenliggende partij wordt opgelegd. In dit patroon regeert de angst.
- Hoe herken je het?
Mensen houden hun mond. Ze tonen geen initiatief. Ze blijven strikt binnen wat van hen wordt verwacht, liefst met minimale inzet.
Mensen beklagen zich. Ze geven anderen de schuld.
Er wordt geroddeld. Negatieve beelden over anderen worden aangedikt.
- Behoefte
Veiligheid
Mensen voelen zich onveilig, en zijn niet bij machte daar verandering in te brengen.De onderliggende partij is bang voor sancties van wie de macht heeft.
De bovenliggende partij is ook bang. Afzwakking van hun regime zal misbruikt worden om hun positie te ondermijnen.
- Warme interventie
Onderzoeker
Een onderzoeker creëert experimenteerruimte, door met beide partijen veilige condities uit te onderhandelen waarin nieuwe oplossingen kunnen worden uitgeprobeerd. Door acties in die veilige ruimte kan het vertrouwen groeien dat het mogelijk is om aan de klemsituatie te ontsnappen.
- Aanpassen
Mensen passen zich zover bij elkaar aan, dat zij hun eigenheid verliezen.
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Groepsbelang (WIJ)
Dat wat bindt (overeenkomsten) - Hoe herken je het?
Mensen tonen zich tevreden met het netwerk. Ze zijn het erg met elkaar eens.
Er gebeurt weinig nieuws, de interactie is futloos.
Kritiek binnen het netwerk wordt niet gewaardeerd. Er is een sterk WIJ-gevoel dat niet in gevaar mag worden gebracht.
- Behoefte
Opschudding
Mensen in dit patroon voelen ergens wel aan dat er iets niet meer klopt, maar verdringen dit voor de lieve vrede. - Warme interventie
Nar
Als nar durf je te zeggen wat iedereen heimelijk wel weet. Dit geeft een gevoel van opluchting.
- Afbraakpatronen
Afbraakpatronen maken stuk. Ze ontstaan als beschermende patronen zover escaleren dat communicatie niet meer doordringt. De beschadigende actie van de een geeft de ander een reden om nog harder toe te slaan.
Zulke patronen worden alleen doorbroken als de omstandigheden daartoe dwingen.
- Verslaving
Mensen kiezen sluiproutes naar surrogaat bevrediging.
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Eigen belang (IK)
Dat wat bindt (overeenkomsten) wordt ontkend - Hoe herken je het?
Het surrogaat geeft op korte termijn bevrediging. Omdat gezonde voeding ontbreekt, is er een steeds hogere dosis nodig voor dezelfde bevrediging. Op den duur put het uit.
Roken, alcohol en drugs kunnen de kracht om weerstand te bieden tegen overmatig gebruik afbreken, waardoor de verslaving steeds moelijker te stoppen is.
Maar ook bezit, macht en seks zijn verslavend als de zingeving en de liefde ontbreken. Er zijn heel veel vormen van verslaving waarin mensen zich inkapselen in een ongezonde manier van leven.
Verslavingen ontnemen het zicht op gezonde oplossingen. Mensen maken zichzelf wijs dat ze beter af zijn in hun veilige binnenruimte.
Maar toch hebben ook zij een innerlijk kompas. Ergens voelen ze wel dat er iets niet klopt. Dat ook zij geliefd willen zijn, en betekenisvol in een groter geheel, hoe diep zij dat ook hebben weggestopt.
- Waaraan is behoefte?
Ze gaan het pas weer zien als de sluiproute wordt afgesneden.
Als dan perspectief wordt geboden, dan kunnen zij experimenteren met gezondere oplossingen.
- Koude interventie
Regelgever
Als regelgever stel je grenzen. Op overtreding volgen sancties. Hierdoor wordt afbraakgedrag moeilijker vol te houden. Zo stopt de escalatie en krijgen verbindende acties meer kans.
- Haat
Mensen geloven dat de ander schuldig en gevaarlijk is, en onschadelijk moet worden gemaakt.
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Eigen belang (IK)
Dat wat onderscheidt (verschillen) - Hoe herken je het?
Er is schade, die steeds groter wordt. Elke slag die wordt uitgedeeld legitimeert een hardere slag van de ander.
Zolang mensen denken te kunnen winnen ten koste van de ander, staan zij niet open voor bemiddeling.
- Waaraan is behoefte?
Partijen strijden om wat zij belangrijk vinden, en zoeken daar erkenning voor. Uiteindelijk gaat het om grenzen die door de ander worden gerespecteerd, en waarbinnen die belangen zijn veilig gesteld.
Haat verdwijnt pas met het inzicht dat iedereen slachtoffer van de situatie is, en het conflict zelf een monster is dat mensen in hun greep heeft. Dan komt er ruimte voor compassie, en onderzoek naar uitwegen.
- Koude interventie
Als strateeg gebruik je macht en middelen om een positie in te waardoor het voor niemand mogelijk is om éénzijdig te winnen. Als dan het besef doordringt dat de schade van verder vechten groter is dan de mogelijke winst, dan ontstaat er ruimte om te onderhandelen over veilige grenzen in de ontstane situatie.
- Depressie
Mensen voelen zich slachtoffer van de situatie, en onmachtig om daar iets aan te doen.
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Groepsbelang (WIJ)
Dat wat onderscheidt (verschillen) - Hoe herken je het?
Mensen verliezen hoop.
Alle energie vloeit weg.
Zij bieden geen weerstand tegen wat hen overkomt.
Zij zijn niet in beweging te krijgen.
- Waaraan is behoefte?
Ze hopen dat anderen hen komen verlossen. Ze hebben veilige ruimte nodig om kleine stappen te zetten.
- Koude interventie
Als activist forceer je ruimte in de vastgelopen structuur, waarin geëxperimenteerd kan worden met nieuwe oplossingen, die veiligheid en perspectief bieden aan aan de onderliggende partij.
- Fanatisme
Mensen geloven dat alleen hun waarheid de juiste is, waarvan anderen overtuigd moeten worden.
- Waar gaat de aandacht naartoe?
Groepsbelang (WIJ)
Dat wat bindt (overeenkomsten) - Hoe herken je het?
Er is sterke groepsdwang, die afwijkende meningen niet tolereert.
Er is geen ruimte voor dialoog.
Zij delen anderen in naar wie aan de goede en wie aan de verkeerde kant staan.
Het goede gedrag mag desnoods worden afgedwongen.
- Waaraan is behoefte?
Pas als het besef groeit dat het fanatisme tot afbraak leidt, dan ontstaat er ruimte om te luisteren naar het innerlijk kompas dat men heeft moeten onderdrukken om niet buitengesloten te worden.
- Koude interventie
Als profeet gebruik je jouw autoriteit om mensen tot inkeer te laten komen. Heb je zelf die autoriteit niet, activeer dan iemand anders die gezag heeft in de ogen van de fanatici.
De coherentiecirkel onderzoekt interactie
- Wat voedt de energie in een netwerk?
- Waar lekt energie weg?
- Wat is er nodig om 'vitale ruimte' te creëren waarin mensen met elkaar samen willen werken?
- Wat kun je eraan doen?
Vitale ruimte
Als er vitale ruimte is, dan krijg je energie van het netwerk. Je hebt zin om eraan bij te dragen, en om af te stemmen op anderen. Je bent zinvol. Je voelt je veilig en beschermd door het netwerk. Je voelt je vrij om te leren, te experimenteren en creatief te zijn.
Vertrouwen is essentieel voor vitale ruimte. Er kan ook te veel vertrouwen zijn. Het mag best een beetje schuren. ‘Vitale ruimte’ drukt preciezer uit wat nodig is om samen iets te creëren.
Vertrouwen
Er is vertrouwen voor nodig om samen te werken en samen iets te creëren. Dat vertrouwen is niet af te spreken, af te dwingen of te koop. Het ontstaat als gevolg van iets anders: het is een bijproduct.
Vertrouwen kan ontstaan in verbinding. Het wordt gevoed door positieve ervaringen.
De coherentiecirkel brengt in beeld welke patronen voedend zijn en welke patronen niet bijdragen.
Elk patroon vraagt om een andere aanpak.
De kunst is om in het moment te herkennen welk patroon om aandacht vraagt, en welke opties je dan hebt om er iets aan te doen.
Interactiepatronen
In de interactie met anderen gaat jouw aandacht naar de inhoud. Het gaat ergens over in dit netwerk. Tegelijkertijd speelt, bewust of onbewust, mee hoe jij je tot de anderen verhoudt. Deze twee dimensies, inhoud en relaties, zijn sturend voor patronen in de interactie tussen jou en het netwerk.
Als je op een patroon in het model klikt, dan geeft de pop-up tekst weer wat je voelt in dat patroon.
Het patroon is niet voor iedereen en op hetzelfde moment dominant. Patronen verschuiven in de tijd. Toch kun je ook vaak een patroon herkennen dat op een bepaald moment in het netwerk om de meeste aandacht vraagt.
Sommige patronen zijn voedend voor vitale ruimte, andere zijn dat niet. De coherentiecirkel maakt deze patronen herkenbaar. Dat helpt als je wilt doen wat nodig is om de vitale ruimte groter te maken. Want wat in het ene patroon nodig is, kan juist verkeerd uitpakken in een ander.
De as van de INHOUD
Op de inhoud as beweegt de interactie tussen overeenkomsten en verschillen in wat mensen WETEN, WILLEN en KUNNEN:
- Overeenkomsten: dat wat verbindt. Gedeelde en geaccepteerde kennis, waarden, gewoonten. Ambities die op elkaar aansluiten.
- Verschillen: dat wat onderscheidt. Andere kennis, andere overtuigingen. Andere wensen en ambities. Verschillen in kunde en vaardigheden.
Tussen deze twee polen levert interactie energie op: er is voldoende herkenning om samen op te trekken, en ook voldoende verschil om taakverdeling en specialisatie vruchtbaar te maken. Verschillen maken nieuwsgierig. Dat maakt leren mogelijk, en kan er iets nieuws worden gecreëerd.
De as van de RELATIES
Op de relatie as beweegt de interactie zich tussen de ruimte die elk individu voor zichzelf nodig heeft en dat wat de samenwerking vraagt aan afstemming: tussen IK en WIJ.
- IK: dat wat nodig is voor eigen veiligheid en erkenning.
- WIJ: dat wat nodig is om samen meerwaarde te creëren.
Tussen deze twee polen levert interactie energie op.
Interventies
Wat kun je doen?
Elke actie die bedoeld is om de vitale ruimte groter te maken noemen we een interventie.
We onderscheiden drie soorten interventies: voedende, warme en koude.
Voedende interventies
Voedende interventies versterken de voedende patronen in de vitale ruimte. Ze vullen aan op dat waaraan behoefte is in de groepsdynamiek.
Je kunt de balans tussen geven en nemen voor ieder verbeteren (ruil)
Je kunt uitdaging stimuleren, door het veilig te maken om met andere meningen te komen, of zelf het voorbeeld te geven (competitie)
Je kunt afspraken maken over wie wat doet en wanneer, en wie waarvoor verantwoordelijk is (structuur)
Je kunt zelf oprechte belangstelling tonen voor anderen en benoemen wat je ervan leert (dialoog).
Voedende patronen zijn verbindend en maken de vitale ruimte groter.
Warme interventies
Warme interventies maken zelfverdediging minder nodig doordat mensen hun situatie anders gaan zien.
Daarmee maak je mensen intrinsiek gemotiveerd.
Elk defensief patroon vraagt om een ander soort warme interventie:
- Als inspirator laat je zien wat het netwerk kan betekenen voor wat mensen nodig hebben.
- Als bemiddelaar geef je erkenning aan strijdende partijen, waardoor zij ruimte ervaren om ook naar de ander te luisteren.
- Als onderzoeker creëer je ruimte waarin mensen kunnen experimenteren op een manier die anders niet mogelijk is.
- Als nar gooi je de knuppel in het hoenderhok, op een manier die gewaardeerd wordt.
Koude interventies
Koude interventies veranderen het krachtenveld, door zelf een andere positie in te nemen. Daardoor maken mensen andere keuzes.
De regelgever verandert de regels: hij trekt grenzen voor wat is toegestaan en wat niet, en sanctioneert. Zo wordt ongewenst gedrag onaantrekkelijk. (verslaving)
De strateeg komt tussen beide en maakt éénzijdig winnen onmogelijk. Hierdoor moeten partijen zich weer tot elkaar verhouden. (haat)
De activist dwingt met acties af dat de bovenliggende partij aandacht moet geven aan wat onderdrukt wordt. (depressie)
De profeet zet zijn status en gezag in om mensen tot inkeer te brengen. (fanatisme)
Koude interventies maken mensen extrinsiek gemotiveerd voor ander gedrag. Dit beklijft alleen als er in de ruimte die ontstaat verbinding groeit, en daarmee nieuwe ervaringen en denkbeelden.
Koude interventies zijn riskant: ze kunnen de escalatie en daarmee de afbraak verder aanwakkeren. De intentie maakt het verschil: willen winnen breekt verder af, ruimte afdwingen om opnieuw te verbinden is helend.
Dialoog
Je bent benieuwd wat je van elkaar kunt leren. Je wordt blij van de nieuwe inzichten en mogelijkheden die ontstaan.
Verslaving
Je kent de weg naar bevrediging, onafhankelijk van anderen. Wel wordt de dosis die je daarvoor nodig hebt steeds hoger.
Uitdaging
Je voelt je uitgedaagd om je best te doen. Er is gezonde competitie.
Structuur
Je weet voldoende over wie wat wanneer doet en hoe. Posities van mensen zijn duidelijk en niet omstreden.
Aanpassen
Je voelt je goed bij de harmonie in het netwerk, die je niet op het spel wilt zetten.
Vluchten
Je gaat minder doen voor het netwerk. Of je stapt er niet in. Je denkt beter af te zijn op jezelf.
Bevriezen
Je zit klem. Je bent ontevreden maar het is te gevaarlijk om er iets aan te doen.
Fanatisme
Jouw waarheid is de enige juiste. Daar moeten anderen van worden overtuigd. Desnoods moet correct gedrag worden afgedwongen.
Ruil
Je verwacht dat het netwerk iets oplevert dat de moeite en de risico’s waard is. De balans tussen geven en nemen is goed.
Overeenkomsten
Dat wat verbindt. Gedeelde en geaccepteerde kennis, waarden, gewoonten. Ambities die op elkaar aansluiten.
Verschillen
Dat wat onderscheidt. Andere kennis, andere overtuigingen. Andere wensen en ambities. Verschillen in kunde en vaardigheden. Verschillen in posities en macht.
Ik
Dat wat nodig is voor eigen veiligheid en erkenning.
Wij
Dat wat nodig is om samen meerwaarde te creëren.
Vitale ruimte
Je krijgt energie van het netwerk. Je hebt zin om eraan bij te dragen, en om af te stemmen op anderen.