Een levend systeem is altijd in beweging. Er is competitie tussen de componenten. Competitie zet aan om kwaliteiten te ontwikkelen en de meeste efficiënte taakverdeling uit te selecteren.
Competitie tussen mensen geeft energie: mensen zoeken uitdaging en dit maakt spel en sport leuk.
Te veel competitie creëert zijn eigen limieten:
- Uitputting: De strijd om te winnen maakt kortzichtig. Bronnen worden opgebruikt.
- Aanpassingsvermogen neemt af: Wie wil winnen moet zich specialiseren, maar kan niet meer meebewegen als de omstandigheden veranderen.
- Tegenkrachten nemen toe: Alles wat wordt buitengesloten wordt een tegenkracht.
In de natuur is competitie vaak een kwestie van eten of gegeten worden. Als we als mensen een niveau van complexiteit en schoonheid willen bouwen waarin competitie een gezonde rol speelt, dan is daarvoor het bewustzijn nodig dat het winnen in de zin van domineren en uitsluiten daar niet aan bijdraagt.
Gevolg: Zorg ervoor dat competitie gezond blijft. Het uitdagen van elkaar stimuleert vertrouwen (“We kunnen het blijkbaar ook oneens zijn met elkaar”) en een betere taakverdeling. Voorkom uitsluiting en dominantie. Gezonde competitie dient complementariteit.